Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Wet zorg en dwang (Wzd). Klachten over geldigheid van indicatiebesluit van CIZ en gevolgen…

Hoge Raad, 20 september 2024

Zaakgegevens

Op 20 september 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20 september 2024
Datum publicatie
19 september 2024
Zaaknummer
24/00927
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
G.E.M. Later
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:1283
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Wet zorg en dwang (Wzd). Klachten over geldigheid van indicatiebesluit van CIZ en gevolgen hiervan voor rechterlijke machtiging ten aanzien van cliënt.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 19 juli 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:775
  2. Hoge Raad · 20 september 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:1283

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 24/00927

Datum 20 september 2024

BESCHIKKING

In de zaak van

[betrokkene],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

hierna: betrokkene,

advocaat: G.E.M. Later,

tegen

CENTRUM INDICATIESTELLING ZORG,

gevestigd te Utrecht,

VERWEERDER in cassatie,

hierna: CIZ,

niet verschenen.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/09/656207 / FA RK 23-7924 van de rechtbank Den Haag van 20 december 2023.

Betrokkene heeft tegen de beschikking van de rechtbank beroep in cassatie ingesteld.

CIZ heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L.M. Coenraad strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, F.J.P. Lock, F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 20 september 2024.