Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige daad. Is netbeheerder aansprakelijk voor onjuiste mededeling aan aannemer…
Hoge Raad, 4 oktober 2024
ECLI:NL:HR:2024:1378 · Hoge Raad · 4 oktober 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2024-1378
Zaakgegevens
Op 4 oktober 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 4 oktober 2024
- Datum publicatie
- 3 oktober 2024
- Zaaknummer
- 23/00992
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- T.E. Booms
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2024:1378
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige daad. Is netbeheerder aansprakelijk voor onjuiste mededeling aan aannemer over afname van investeringen in netwerk en van vraag naar type werkzaamheden die aannemer uitvoert?
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 13 december 2022
ECLI:NL:GHSHE:2022:4474Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 23 februari 2024
ECLI:NL:PHR:2024:188Hoge Raad · 4 oktober 2024deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2024:1378
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 23/00992
Datum 4 oktober 2024
ARREST
In de zaak van
1. [eiseres 1] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [eiseres 2] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERESSEN tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [eiseressen],
advocaat: T.E. Booms,
tegen
ENEXIS NETBEHEER B.V.,
gevestigd te 's-Hertogenbosch,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Enexis,
advocaten: H. Boom en R.P.J.L. Tjittes.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/01/333671 / HA ZA 18-302 van de rechtbank Oost-Brabant van 15 mei 2019 en 30 september 2020;
b. het arrest in de zaak 200.290.313/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 13 december 2022.
[eiseressen] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Enexis heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor Enexis mede door N. Thorborg.
De conclusie van de Advocaat-Generaal S.D. Lindenbergh strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseressen] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiseressen] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Enexis begroot op € 14.229,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 4 oktober 2024.