Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Verzekeringsrecht. Uitleg verzekeringsovereenkomst.

Hoge Raad, 25 oktober 2024

Zaakgegevens

Op 25 oktober 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
25 oktober 2024
Datum publicatie
24 oktober 2024
Zaaknummer
23/03723
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
P.A Fruytier, D.A. van der Kooij
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:1545
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Verzekeringsrecht. Uitleg verzekeringsovereenkomst.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 27 juni 2023

    ECLI:NL:GHAMS:2023:1446
  2. Conclusie A-G · 13 september 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:934
  3. Hoge Raad · 25 oktober 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:1545

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 23/03723

Datum 25 oktober 2024

ARREST

In de zaak van

GEMEENTE LEIDEN,

zetelende te Leiden,

EISERES tot cassatie,

hierna: de Gemeente,

advocaat: P.A. Fruytier,

tegen

MANDATIS B.V., h.o.d.n. MELIOR VERZEKERINGEN, in haar hoedanigheid van gevolmachtigde van MS AMLIN UNDERWRITING LIMITED,

gevestigd te Oldenzaal,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: Melior,

advocaat: D.A. van der Kooij.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de vonnissen in de zaak C/13/676920 / HA ZA 19-1354 van de rechtbank Amsterdam van 21 oktober 2020 en 19 mei 2021;

b. het arrest in de zaak 200.303.660/01 van het gerechtshof Amsterdam van 27 juni 2023.

De Gemeente heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

Melior heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor de Gemeente mede door J.P. Jas en voor Melior mede door L.A. Burwick en G.M.C. van Breukelen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van de Gemeente heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt de Gemeente in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Melior begroot op € 7.115,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de Gemeente deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, A.E.B. ter Heide en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 25 oktober 2024.