Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Pensioenrecht. Vervolg op HR 18 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:2099. Mag in…
Hoge Raad, 2 februari 2024
ECLI:NL:HR:2024:155 · Hoge Raad · 2 februari 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2024-155
Zaakgegevens
Op 2 februari 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 2 februari 2024
- Datum publicatie
- 1 februari 2024
- Zaaknummer
- 22/03232
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- M.W Scheltema, R.L.M.M. Tan
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2024:155
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Pensioenrecht. Vervolg op HR 18 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:2099. Mag in uitvoeringsovereenkomst met pensioenverzekeraar bijbetalingsverplichting bij dekkingstekort worden overeengekomen? Uitleg uitvoeringsovereenkomst. Strijd met art. 23 en 25 Pensioenwet?
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 16 oktober 2018
ECLI:NL:GHAMS:2018:3786Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 3 juli 2020
ECLI:NL:PHR:2020:673Hoge Raad · 18 december 2020
ECLI:NL:HR:2020:2099(Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzenVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg · Conclusie contrairGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Gerechtshof Den Haag · 31 mei 2022
ECLI:NL:GHDHA:2022:1558Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 1 september 2023
ECLI:NL:PHR:2023:765Hoge Raad · 2 februari 2024deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2024:155
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 22/03232
Datum 2 februari 2024
ARREST
In de zaak van
1. IV-GROEP B.V.,
gevestigd te Papendrecht,
2. IV-INFRA B.V.,
gevestigd te Papendrecht,
3. IV-CONSULT B.V.,
gevestigd te Papendrecht,
4. NEVESBU B.V.,
gevestigd te Papendrecht,
5. IV-OIL & GAS B.V.,
gevestigd te Papendrecht,
6. IV-WATER B.V.,
gevestigd te Zwijndrecht,
7. IV-INDUSTRIE B.V.,
gevestigd te Papendrecht,
8. ESCHER PROCES MODULES B.V.,
gevestigd te Eindhoven,
9. IV-BOUW B.V.,
gevestigd te Papendrecht,
EISERESSEN tot cassatie,
hierna gezamenlijk: IV-Groep c.s.,
advocaat: M.W. Scheltema,
tegen
SRLEV N.V.,
gevestigd te Alkmaar,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Zwitserleven,
advocaat: R.L.M.M. Tan.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar:
a. zijn arrest in de zaak 19/00186 van 18 december 2020 (ECLI:NL:HR:2020:2099);
b. het arrest in de zaak 200.291.998/01 van het gerechtshof Den Haag van 31 mei 2022.
IV-Groep c.s. hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Zwitserleven heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor IV-Groep c.s. mede door J.B.B. Heinen, en voor Zwitserleven mede door J.R Vlek en M. Malycha.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van IV-Groep c.s. heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt IV-Groep c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Zwitserleven begroot op € 14.229,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien IV-Groep c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.H. Sieburgh, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 2 februari 2024.