Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Schadevergoeding na wanprestatie door afzien van bedrijfsverplaatsing…
Hoge Raad, 22 november 2024
ECLI:NL:HR:2024:1722 · Hoge Raad · 22 november 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2024-1722
Zaakgegevens
Op 22 november 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 22 november 2024
- Datum publicatie
- 21 november 2024
- Zaaknummer
- 23/04427
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- T. van Malssen
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2024:1722
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Schadevergoeding na wanprestatie door afzien van bedrijfsverplaatsing, begroting schade, onstoffelijk voordeel voor gemeente, vraag welk deel van betaalde koopsom is toe te rekenen aan bedrijfsverplaatsing en welk deel aan opstalrecht; matiging boete, stelplicht en bewijslast bij negatieve verklaring voor recht, ontbreken belang.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 15 augustus 2023
ECLI:NL:GHARL:2023:6857Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 20 september 2024
ECLI:NL:PHR:2024:975Hoge Raad · 22 november 2024deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2024:1722
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 23/04427
Datum 22 november 2024
ARREST
In de zaak van
GEMEENTE NIJMEGEN,
zetelende te Nijmegen,
EISERES tot cassatie, verweerster in het incidentele cassatieberoep,
hierna: de Gemeente,
advocaat: T. van Malssen,
tegen
1. [verweerster 1] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. SLACHTHUIS NIJMEGEN B.V.,
gevestigd te Nijmegen,
3. HILZACO BEHEER B.V.,
gevestigd te Elst,
VERWEERSTERS in cassatie, eiseressen in het incidentele cassatieberoep,
hierna gezamenlijk: [verweersters],
advocaten: J.H.M. van Swaaij en R.J. ter Rele.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/05/303760 / HA ZA 16-296 van de rechtbank Gelderland van 28 september 2016, 3 mei 2017 en 4 oktober 2017;
b. de arresten in de zaak 200.234.442 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 juli 2018, 4 september 2018, 21 mei 2019, 17 september 2019, 22 maart 2022, 12 juli 2022 en 15 augustus 2023.
De Gemeente heeft tegen het arrest van het hof van 15 augustus 2023 beroep in cassatie ingesteld.
[verweersters] hebben incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor de Gemeente mede door R.M. Andes.
De conclusie van de Advocaat-Generaal S.D. Lindenbergh strekt tot verwerping van zowel het principale als het incidentele cassatieberoep.
De advocaat van de Gemeente heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
in het principale beroep:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt de Gemeente in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweersters] begroot op € 14.229,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de Gemeente deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan;
in het incidentele beroep:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [verweersters] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, S.J. Schaafsma en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 22 november 2024.