Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Wvggz. Zorgmachtiging. Vaststelling van wilsonbekwaamheid na second opinion. Toewijzing van…

Hoge Raad, 6 december 2024

Zaakgegevens

Op 6 december 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
6 december 2024
Datum publicatie
5 december 2024
Zaaknummer
24/02325
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
G.E.M. Later
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:1804
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Wvggz. Zorgmachtiging. Vaststelling van wilsonbekwaamheid na second opinion. Toewijzing van alle verzochte vormen van verplichte zorg voldoende gemotiveerd?

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 15 oktober 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:1073
  2. Hoge Raad · 6 december 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:1804

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 24/02325

Datum 6 december 2024

BESCHIKKING

In de zaak van

[betrokkene],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

hierna: betrokkene,

advocaat: G.E.M. Later,

tegen

DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT AMSTERDAM,

VERWEERDER in cassatie,

hierna: de officier van justitie,

niet verschenen.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikkingen in de zaak C/13/744866/ FA RK 24-160 van de rechtbank Amsterdam van 30 januari 2024 en 18 maart 2024.

Betrokkene heeft tegen de beschikking van de rechtbank van 18 maart 2024 beroep in cassatie ingesteld.

De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L.M. Coenraad strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van betrokkene heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, S.J. Schaafsma en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 6 december 2024.