Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Verwerping beroep op vaststellingsovereenkomst o.g.v. rechtsgeldige…

Hoge Raad, 13 december 2024

Zaakgegevens

Op 13 december 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13 december 2024
Datum publicatie
12 december 2024
Zaaknummer
24/01604
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
J. van Weerden
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:1863
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Verwerping beroep op vaststellingsovereenkomst o.g.v. rechtsgeldige vernietiging daarvan in parallelprocedure. Samenhang met zaak 24/01601.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 23 januari 2024

    ECLI:NL:GHAMS:2024:162
  2. Conclusie A-G · 4 oktober 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:1015
  3. Hoge Raad · 13 december 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:1863

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 24/01604

Datum 13 december 2024

ARREST

In de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

hierna: [eiser],

advocaat: J. van Weerden,

tegen

[verweerder],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

hierna: [verweerder],

niet verschenen.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de vonnissen in de zaak C/13/685259/HA ZA 20-604 van de rechtbank Amsterdam van 2 december 2020 en 9 juni 2021;

b. het arrest in de zaak 200.299.874/01 van het gerechtshof Amsterdam van 23 januari 2024.

[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

Tegen [verweerder] is verstek verleend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep en geeft de Hoge Raad in overweging dat te doen met toepassing van art. 81 lid 1 RO.

De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, H.M. Wattendorff en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 13 december 2024.