Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Familierecht. Echtscheiding. Hof oordeelt na deskundigenbericht dat niet vaststaat dat…
Hoge Raad, 13 december 2024
ECLI:NL:HR:2024:1865 · Hoge Raad · 13 december 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2024-1865
Zaakgegevens
Op 13 december 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 13 december 2024
- Datum publicatie
- 12 december 2024
- Zaaknummer
- 24/00655
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- Y.E.J Geradts, M.E. Bruning
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2024:1865
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Familierecht. Echtscheiding. Hof oordeelt na deskundigenbericht dat niet vaststaat dat partijen in Soedan, naar Eritrees recht zijn getrouwd. Bewijsopdracht in strijd met tweeconclusieregel? Kon hof stukken buiten beschouwing laten en bewijsaanbod passeren?
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 19 december 2023
ECLI:NL:GHAMS:2023:3708Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 18 oktober 2024
ECLI:NL:PHR:2024:1080Hoge Raad · 13 december 2024deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2024:1865
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/00655
Datum 13 december 2024
BESCHIKKING
In de zaak van
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: de vrouw,
advocaat: Y.E.J. Geradts,
tegen
[de man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de man,
advocaat: M.E. Bruning.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikking in de zaak C/13/658771 / FA RK 18-7947 van de rechtbank Amsterdam van 26 juni 2019;
b. de beschikkingen in de zaken 200.266.598/01 en 200.266.598/02 van het gerechtshof Amsterdam van 7 april 2020, 30 november 2021,18 januari 2022 en 19 december 2023.
De vrouw heeft tegen de beschikkingen van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De man heeft een verweerschrift tot referte ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F. Ibili strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de vrouw heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikkingen van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikkingen. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 13 december 2024.