Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Aansprakelijkheidsrecht. Beroepsfout advocaat door verjaring van vordering op eerdere…

Hoge Raad, 9 februari 2024

Zaakgegevens

Op 9 februari 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
9 februari 2024
Datum publicatie
8 februari 2024
Zaaknummer
23/00687
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
J.H.M van Swaaij, P.A. Fruytier
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:214
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Aansprakelijkheidsrecht. Beroepsfout advocaat door verjaring van vordering op eerdere advocaat wegens beroepsfout niet tijdig te stuiten. Hof oordeelt dat eerste beroepsfout niet tot schade heeft geleid. Onjuist oordeel dat o.g.v. vaste rechtspraak “grote terughoudendheid” moet worden betracht bij aannemen van gebondenheid van publiekrechtelijke rechtspersoon indien instemming ontbreekt van bevoegde orgaan en dat orgaan formele positie in besluitvormingsproces inneemt? Art. 1296 (oud) BW; art. 6:23 BW.

Procesgang

  1. Rechtbank Rotterdam · 10 maart 2021

    ECLI:NL:RBROT:2021:2509
  2. Gerechtshof Den Haag · 22 november 2022

    ECLI:NL:GHDHA:2022:2275

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Conclusie A-G · 22 december 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:1202
  4. Hoge Raad · 9 februari 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:214

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 23/00687

Datum 9 februari 2024

ARREST

In de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats], België,

EISER tot cassatie,

hierna: [eiser],

advocaat: J.H.M. van Swaaij,

tegen

1. [verweerder 1],

wonende te [woonplaats],

2. [verweerster 2] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

VERWEERDERS in cassatie,

hierna gezamenlijk: [verweerders],

advocaat: P.A. Fruytier.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. het vonnis in de zaak 578140 / HA ZA 19-648 van de rechtbank Rotterdam van 10 maart 2021;

b. het arrest in de zaak 200.300.269/01 van het gerechtshof Den Haag van 22 november 2022.

[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

[verweerders] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor [eiser] mede door R.J. ter Rele en voor [verweerders] mede door J.P. Jas.

De conclusie van de Advocaat-Generaal S.D. Lindenbergh strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 7.115,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff, S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 9 februari 2024.