Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Onteigeningswet. Onteigening i.v.m. aanleg extra spoorbanen en railinzetplaats met hekwerk…
Hoge Raad, 22 maart 2024
ECLI:NL:HR:2024:462 · Hoge Raad · 22 maart 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2024-462
Zaakgegevens
Op 22 maart 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 22 maart 2024
- Datum publicatie
- 21 maart 2024
- Zaaknummer
- 23/01087
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- R.R Oudijk, N.E Groeneveld-Tijssens
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2024:462
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Onteigeningswet. Onteigening i.v.m. aanleg extra spoorbanen en railinzetplaats met hekwerk. Ten onrechte bij begroten schadeloosstelling geen rekening gehouden met nadelige gevolgen van hekwerk op grond dat hekwerk zich buiten onteigende bevindt? Onjuiste althans onbegrijpelijke waardering handelsvoorraad? Ten onrechte niet BTW over schadeloosstelling toegewezen?
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 9 februari 2024
ECLI:NL:PHR:2024:129Hoge Raad · 22 maart 2024deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2024:462
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 23/01087
Datum 22 maart 2024
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
2. [eiseres 2] B.V,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [de onteigende] ,
advocaat: R.R. Oudijk,
tegen
1. PRORAIL B.V.,
gevestigd te Utrecht,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: ProRail,
advocaat: N.E. Groeneveld-Tijssens,
2. Jan Peter VAN DEN BERG, in hoedanigheid van vereffenaar van de vennootschap in liquidatie Havier B.V.,
kantoorhoudende te Den Haag,
3. CUMBERLAND INVESTMENTS DESIGNATED ACTIVITY COMPANY,
gevestigd te Dublin, Ierland,
4. [verweerder 4] ,
wonende te [woonplaats] ,
VERWEERDERS in cassatie,
hierna: Van den Berg c.s.
niet verschenen.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de vonnissen in de zaken C/09/594667 / HA ZA 20-584, C/09/594675 / HA ZA 20-586 en C/09/594682 / HA ZA 20-587 van de rechtbank Den Haag van 16 december 2020 en 25 januari 2023.
[de onteigende] hebben tegen het vonnis van de rechtbank van 25 januari 2023 beroep in cassatie ingesteld.
ProRail heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
Tegen Van den Berg c.s. is verstek verleend.
De zaak is voor [de onteigende] en ProRail toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [de onteigende] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het vonnis van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat vonnis. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [de onteigende] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ProRail begroot op € 857,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [de onteigende] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan, en aan de zijde van Van den Berg c.s. begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren F.J.P. Lock, A.E.B. ter Heide, F.R. Salomons en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 22 maart 2024.