Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Aansprakelijkheidsrecht. Financieel recht. Pauliana (art. 3:45 BW). Zorgplicht bank jegens…
Hoge Raad, 22 maart 2024
ECLI:NL:HR:2024:482 · Hoge Raad · 22 maart 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2024-482
Zaakgegevens
Op 22 maart 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 22 maart 2024
- Datum publicatie
- 21 maart 2024
- Zaaknummer
- 23/00440
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- B.M.H Fleuren, F.E. Vermeulen
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2024:482
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Aansprakelijkheidsrecht. Financieel recht. Pauliana (art. 3:45 BW). Zorgplicht bank jegens derden. Verplichting tot cliëntenonderzoek en monitoren cliënten (art. 3:10 en 3:17 Wft, art. 14 Bpr en art. 3 Wwft). Moest bank (uit hoofde van haar zorgplicht) op de hoogte zijn van ontbinding en faillissement van cliënt?
Procesgang
Rechtbank Den Haag · 11 september 2019
ECLI:NL:RBDHA:2019:9579Gerechtshof Den Haag · 8 november 2022
ECLI:NL:GHDHA:2022:2274Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 12 januari 2024
ECLI:NL:PHR:2024:35Hoge Raad · 22 maart 2024deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2024:482
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 23/00440
Datum 22 maart 2024
ARREST
In de zaak van
Mr. M. LOEF, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van
[holding] B.V.,
kantoorhoudende te Deventer,
EISER tot cassatie,
hierna: de curator,
advocaat: B.M.H. Fleuren,
tegen
AEGON BANK N.V., tevens handelend onder de naam KNAB,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Knab,
advocaat: F.E. Vermeulen.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/09/564489/HA ZA 18-1224 van de rechtbank Den Haag van 6 maart 2019 en 11 september 2019;
b. de arresten in de zaak 200.273.478/02 van het gerechtshof Den Haag van 25 februari 2020 en 8 november 2022.
De curator heeft tegen het arrest van het hof van 8 november 2022 beroep in cassatie ingesteld.
Knab heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor de curator mede door R.A. González Nicolás en voor Knab mede door L.M. Münchow.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G. Snijders strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de curator heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt de curator in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Knab begroot op € 7.115,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.H. Sieburgh, als voorzitter, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, S.J. Schaafsma en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 22 maart 2024.