Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Verzekeringsrecht. Arbeidsongeschiktheidsverzekering. Art. 7:928 BW. Heeft verzekerde zijn…
Hoge Raad, 19 januari 2024
ECLI:NL:HR:2024:52 · Hoge Raad · 19 januari 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2024-52
Zaakgegevens
Op 19 januari 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 19 januari 2024
- Datum publicatie
- 18 januari 2024
- Zaaknummer
- 23/00738
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- A.C. van Schaick.
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2024:52
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Verzekeringsrecht. Arbeidsongeschiktheidsverzekering. Art. 7:928 BW. Heeft verzekerde zijn mededelingsplicht geschonden bij invullen van gezondheidsverklaring?
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 29 november 2022
ECLI:NL:GHARL:2022:10260Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 8 december 2023
ECLI:NL:PHR:2023:1113Hoge Raad · 19 januari 2024deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2024:52
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 23/00738
Datum 19 januari 2024
ARREST
In de zaak van
AEGON SCHADEVERZEKERING N.V.,
gevestigd te Den Haag,
EISERES tot cassatie,
hierna: Aegon,
advocaten: B.T.M. van der Wiel en N.T. Dempsey,
tegen
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder],
advocaat: A.C. van Schaick.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/16/500321 / HA ZA 20-224 van de rechtbank Midden-Nederland van 21 april 2021;
b. de arresten in de zaak 200.297.721 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 3 mei 2022 en 29 november 2022.
Aegon heeft tegen het arrest van het hof van 29 november 2022 beroep in cassatie ingesteld.
[verweerder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor Aegon mede door L.A. Burwick.
De conclusie van de Advocaat-Generaal S.D. Lindenbergh strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van Aegon hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Aegon in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 355,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Aegon deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, H.M. Wattendorff en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 19 januari 2024.