Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Wsnp. Verlenging looptijd, tekortschieten in nakoming uit de schuldsaneringsregeling…
Hoge Raad, 17 mei 2024
ECLI:NL:HR:2024:710 · Hoge Raad · 17 mei 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2024-710
Zaakgegevens
Op 17 mei 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 17 mei 2024
- Datum publicatie
- 16 mei 2024
- Zaaknummer
- 24/00386
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- J. van Weerden
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2024:710
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Wsnp. Verlenging looptijd, tekortschieten in nakoming uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen, onvoldoende inspanning om overwaarde woning in boedel te laten vloeien, art. 349a Fw, art. 352 Fw, art. 354 Fw.
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 30 januari 2024
ECLI:NL:GHDHA:2024:158Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 22 maart 2024
ECLI:NL:PHR:2024:331Hoge Raad · 17 mei 2024deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2024:710
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/00386
Datum 17 mei 2024
ARREST
In de zaak van
1. [verzoeker 1],
wonende te [woonplaats],
2. [verzoekster 2],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [verzoekers],
advocaat: J. van Weerden,
tegen
[de bewindvoerder], bewindvoerder in de schuldsanering van verzoekers tot cassatie,
kantoorhoudende te [vestigingsplaats],
BELANGHEBBENDE in cassatie,
hierna: de bewindvoerder,
niet verschenen.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaken C/10/20/318 R en C/10/20/319 R van de rechtbank Rotterdam van 24 oktober 2023;
b. het arrest in de zaak 200.334.446/01 van het gerechtshof Den Haag van 30 januari 2024.
[verzoekers] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De bewindvoerder heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G. Snijders strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, A.E.B. ter Heide en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 17 mei 2024.