Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Financieel recht. Effectenlease. Overeenkomst gesloten via tussenpersoon die niet beschikte…
Hoge Raad, 17 mei 2024
ECLI:NL:HR:2024:715 · Hoge Raad · 17 mei 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2024-715
Zaakgegevens
Op 17 mei 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 17 mei 2024
- Datum publicatie
- 16 mei 2024
- Zaaknummer
- 23/00862
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- A.C. van Schaick.
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2024:715
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Financieel recht. Effectenlease. Overeenkomst gesloten via tussenpersoon die niet beschikte over voor beleggingsadvieswerkzaamheden benodigde vergunning. Stelplicht en betwistingsplicht t.a.v. vraag of tussenpersoon beleggingsadvies heeft gegeven. Bekendheid Dexia met advisering door tussenpersoon.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 6 december 2022
ECLI:NL:GHSHE:2022:4079Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 22 maart 2024
ECLI:NL:PHR:2024:332Hoge Raad · 17 mei 2024deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2024:715
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 23/00862
Datum 17 mei 2024
ARREST
In de zaak van
DEXIA NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
EISERES tot cassatie,
hierna: Dexia,
advocaten: J.W.M.K. Meijer en F.J.L. Kaptein,
tegen
[de afnemer],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [de afnemer],
advocaat: A.C. van Schaick.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak 7213149 \ CV EXPL 18-6296 van de rechtbank Limburg van 25 september 2019 en 15 april 2020;
b. het arrest in de zaak 200.283.477/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 6 december 2022.
Dexia heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[de afnemer] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van Dexia hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Dexia in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [de afnemer] begroot op € 355,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Dexia deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, H.M. Wattendorff en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 17 mei 2024.