Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Executie ontnemingsmaatregel. Art. 438 Rv. Strafvorderderlijk beslag. Rechtmatigheid…

Hoge Raad, 31 mei 2024

Zaakgegevens

Op 31 mei 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
31 mei 2024
Datum publicatie
30 mei 2024
Zaaknummer
23/01391
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
J van Weerden, G.C. Nieuwland
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:786
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Executie ontnemingsmaatregel. Art. 438 Rv. Strafvorderderlijk beslag. Rechtmatigheid conservatoir beslag? Zogenoemd anderbeslag. Art. 94a (oud) Sv.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 10 januari 2023

    ECLI:NL:GHDHA:2023:2
  2. Conclusie A-G · 5 april 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:364
  3. Hoge Raad · 31 mei 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:786

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 23/01391

Datum 31 mei 2024

ARREST

In de zaak van

1. J&M EUROPA VASTGOED B.V.,

gevestigd te Tilburg,

2. [eiseres 2],

wonende te [woonplaats],

EISERESSEN tot cassatie,

hierna gezamenlijk: [eiseressen],

advocaat: J. van Weerden,

tegen

DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Justitie en Veiligheid),

gevestigd te Den Haag,

VERWEERDER in cassatie,

hierna: de Staat,

advocaat: G.C. Nieuwland.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de vonnissen in de zaak C/09/585223 / HA ZA 19-1281 van de rechtbank Den Haag van 12 augustus 2020 en 3 maart 2021;

b. het arrest in de zaak 200.295.429/01 van het gerechtshof Den Haag van 10 januari 2023.

[eiseressen] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

De Staat heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor de Staat mede door H.W. Volberda.

De conclusie van de Advocaat-Generaal G. Snijders strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [eiseressen] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt [eiseressen] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Staat begroot op € 857,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseressen] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.H. Sieburgh, als voorzitter, H.M. Wattendorff en S.J. Schaafsma, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 31 mei 2024.