Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Faillissementsrecht. Procesrecht. Is art. 28 Fw van toepassing op vordering tot inzage in…
Hoge Raad, 7 juni 2024
ECLI:NL:HR:2024:823 · Hoge Raad · 7 juni 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2024-823
Zaakgegevens
Op 7 juni 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 7 juni 2024
- Datum publicatie
- 6 juni 2024
- Zaaknummer
- 23/02289
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- W.H van Hemel, J.H.M. van Swaaij
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2024:823
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Faillissementsrecht. Procesrecht. Is art. 28 Fw van toepassing op vordering tot inzage in documentatie?
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 5 april 2024
ECLI:NL:PHR:2024:372Hoge Raad · 7 juni 2024deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2024:823
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 23/02289
Datum 7 juni 2024
ARREST
In de zaak van
1. J.E.P.A. VAN HOOFF q.q.,
kantoorhoudende te Amsterdam,
2. D.D. NIJKAMP q.q.,
kantoorhoudende te Amsterdam,
EISERS tot cassatie,
hierna: de curatoren,
advocaat: W.H. van Hemel,
tegen
[verweerster] GMBH,
gevestigd te [vestigingsplaats], Oostenrijk,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: [verweerster],
advocaat: J.H.M. van Swaaij.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/13/694511/HA ZA 20-1252 van de rechtbank Amsterdam van 8 december 2021;
b. de rolbeslissingen in de zaak 200.318.182/01 van het gerechtshof Amsterdam van 1 november 2022 en 7 december 2022.
De curatoren hebben tegen de rolbeslissingen van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweerster] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor [verweerster] toegelicht door haar advocaat en mede door R.J. ter Rele.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G. Snijders strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de rolbeslissingen van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van de rolbeslissingen. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt de curatoren in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 857,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de curatoren deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons, G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 7 juni 2024.