Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO Aansprakelijkheidsrecht. Art. 5:39 BW. Overheidsprivaatrecht. Is gemeente aansprakelijk voor…
Hoge Raad, 21 juni 2024
ECLI:NL:HR:2024:919 · Hoge Raad · 21 juni 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2024-919
Zaakgegevens
Op 21 juni 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 21 juni 2024
- Datum publicatie
- 20 juni 2024
- Zaaknummer
- 23/01457
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- M.W Scheltema, P.A. Fruytier
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2024:919
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO Aansprakelijkheidsrecht. Art. 5:39 BW. Overheidsprivaatrecht. Is gemeente aansprakelijk voor wateroverlast als gevolg van aanleg van woonwijk op omliggende percelen?
Procesgang
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 29 oktober 2014
ECLI:NL:RBZWB:2014:7380Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 12 januari 2016
ECLI:NL:GHSHE:2016:51Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 27 maart 2018
ECLI:NL:GHSHE:2018:1292Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 21 januari 2020
ECLI:NL:GHSHE:2020:180Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 31 maart 2020
ECLI:NL:GHSHE:2020:1115Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 9 februari 2021
ECLI:NL:GHSHE:2021:370Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 7 juni 2022
ECLI:NL:GHSHE:2022:1790Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 17 januari 2023
ECLI:NL:GHSHE:2023:81Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 16 februari 2024
ECLI:NL:PHR:2024:173Hoge Raad · 21 juni 2024deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2024:919
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 23/01457
Datum 21 juni 2024
ARREST
In de zaak van
GEMEENTE MIDDELBURG,
gevestigd te Middelburg,
EISERES tot cassatie,
hierna: de Gemeente,
advocaat: M.W. Scheltema,
tegen
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder],
advocaat: P.A. Fruytier.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/02/268154/HA ZA 13-614 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 22 januari 2014, 29 oktober 2014 en 3 december 2014;
b. de arresten in de zaken 200.163.844/01 en 200.163.844/02 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 12 januari 2016, 27 maart 2018, 21 januari 2020, 31 maart 2020, 9 februari 2021, 7 juni 2022 en 17 januari 2023.
De Gemeente heeft tegen de arresten van het hof van 12 januari 2016 en 17 januari 2023 beroep in cassatie ingesteld.
[verweerder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor de Gemeente toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G. Snijders strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de Gemeente heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van de arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt de Gemeente in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 355,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren S.J. Schaafsma en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 21 juni 2024.