Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Vermogensrecht. Bevrijdende verjaring (art. 3:105 BW). Eigendom steiger in openbaar…
Hoge Raad, 18 juli 2025
ECLI:NL:HR:2025:1152 · Hoge Raad · 18 juli 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2025-1152
Zaakgegevens
Op 18 juli 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 18 juli 2025
- Datum publicatie
- 17 juli 2025
- Zaaknummer
- 24/02839
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- J.P van den Berg, M.W. Scheltema
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:1152
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Vermogensrecht. Bevrijdende verjaring (art. 3:105 BW). Eigendom steiger in openbaar vaarwater. Bezit verkregen door inbezitneming (art. 3:113 lid 2 BW)? Interversie van houderschap (art. 3:111 BW)? Verjaring rechtsvordering tot beëindiging bezit (art. 3:314 lid 2 BW) en verjaring rechtsvordering tot schadevergoeding (art. 3:310 lid 1 BW)?
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 23 april 2024
ECLI:NL:GHAMS:2024:1064Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 6 juni 2025
ECLI:NL:PHR:2025:644Hoge Raad · 18 juli 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:1152
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/02839
Datum 18 juli 2025
ARREST
In de zaak van
REDERIJ LOVERS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna: Lovers,
advocaat: J.P. van den Berg,
tegen
GEMEENTE AMSTERDAM,
zetelende te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna: de Gemeente,
advocaat: M.W. Scheltema.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/13/708449 / HA ZA 21-910 van de rechtbank Amsterdam van 9 februari 2022 en 24 augustus 2022;
b. het arrest in de zaak 200.319.521/01 van het gerechtshof Amsterdam van 23 april 2024.
Lovers heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De Gemeente heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.
De advocaat van Lovers heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel in het principale beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het principale beroep;
- veroordeelt Lovers in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 873,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Lovers deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, F.J.P. Lock, F.R. Salomons en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 18 juli 2025.