Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Aansprakelijkheid bank, niet-volgestorte obligaties, causaal verband. Devolutieve werking…

Hoge Raad, 12 december 2025

Zaakgegevens

Op 12 december 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12 december 2025
Datum publicatie
11 december 2025
Zaaknummer
24/03447
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
C.S.G Janssens, A. Stortelder
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:1885
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Aansprakelijkheid bank, niet-volgestorte obligaties, causaal verband. Devolutieve werking hoger beroep. Voor verwijzing naar de schadestaatprocedure aan te leggen maatstaf.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 11 juni 2024

    ECLI:NL:GHAMS:2024:1596
  2. Conclusie A-G · 26 september 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:1038
  3. Hoge Raad · 12 december 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:1885

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 24/03447

Datum 12 december 2025

ARREST

In de zaak van

1. [eiseres],

wonende te [woonplaats],

2. HILVERWOOD HOLDING B.V.,

gevestigd te Huizen,

3. ATG GOLD LLC,

gevestigd te New York, Verenigde Staten van Amerika,

4. AX PRODUCTIONS LLC,

gevestigd te New York, Verenigde Staten van Amerika,

EISERESSEN tot cassatie, verweersters in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,

hierna: [eiseressen],

advocaat: C.S.G. Janssens,

tegen

1. DEUTSCHE BANK AG,

gevestigd te Frankfurt am Main, Duitsland,

VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,

hierna: Deutsche Bank,

advocaten: F.E. Vermeulen en B.F.L.M. Schim,

2. QUINTET PRIVATE BANK (EUROPE) SA,

gevestigd te Luxemburg, Luxemburg,

VERWEERSTER in cassatie

hierna: Quintet,

advocaat: A. Stortelder.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. het vonnis in de zaak C/13/665850/ HA ZA 19-478 van de rechtbank Amsterdam van 21 oktober 2020;

b. het arrest in de zaak 200.289.627/01 van het gerechtshof Amsterdam van 11 juni 2024.

[eiseressen] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

Deutsche Bank heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.

Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor de Deutsche Bank mede door S. Elavarasan en voor Quintet mede door C.J.D. Warren.

De conclusie van de Advocaat-Generaal S.D. Lindenbergh strekt tot verwerping.
De advocaat van [eiseressen] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel in het principale beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het principale beroep;

- veroordeelt [eiseressen] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Deutsche Bank begroot op € 873,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, en aan de zijde van Quintet begroot op € 873,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, met betrekking tot Quintet vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseressen] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 12 december 2025.