Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Appartementsrecht. Uitleg splitsingsreglement.
Hoge Raad, 12 december 2025
ECLI:NL:HR:2025:1891 · Hoge Raad · 12 december 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2025-1891
Zaakgegevens
Op 12 december 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 december 2025
- Datum publicatie
- 11 december 2025
- Zaaknummer
- 24/04684
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- H.J.W. Alt
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:1891
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Appartementsrecht. Uitleg splitsingsreglement.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 24 september 2024
ECLI:NL:GHAMS:2024:2685Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 24 oktober 2025
ECLI:NL:PHR:2025:1147Hoge Raad · 12 december 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:1891
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/04684
Datum 12 december 2025
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1],
wonende te [plaats],
2. DE PALTZ B.V.,
gevestigd te Soest,
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [eisers],
advocaat: H.J.W. Alt,
tegen
VERENIGING VAN EIGENAARS [appartementencomplex],
gevestigd te [plaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de VvE,
advocaten: M.J. van Basten Batenburg en M. van Tiel.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaken C/13/717798 / HA ZA 22-410 en C/13/717799/ HA ZA 22-411 van de rechtbank Amsterdam van 28 september 2022 en 15 maart 2023;
b. het arrest in de zaak 200.328.940/01 van het gerechtshof Amsterdam van 24 september 2024.
[eisers] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De VvE heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor de VvE toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal S.E. Bartels strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de VvE begroot op € 873,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren A.E.B. ter Heide en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 12 december 2025.