Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Overeenkomstenrecht. Uitleg.

Hoge Raad, 7 februari 2025

Zaakgegevens

Op 7 februari 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
7 februari 2025
Datum publicatie
6 februari 2025
Zaaknummer
24/01381
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
C.S.G Janssens, F.E. Vermeulen
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:191
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Overeenkomstenrecht. Uitleg.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 9 januari 2024

    ECLI:NL:GHAMS:2024:57
  2. Conclusie A-G · 6 december 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:1320
  3. Hoge Raad · 7 februari 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:191

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 24/01381

Datum 7 februari 2025

ARREST

In de zaak van

1. [eiseres 1] B.V.,

2. [eiseres 2] B.V.,

3. [eiseres 3] B.V.,

4. [eiseres 4] B.V.,

5. [eiseres 5] B.V.,

6. [eiseres 6] B.V.,

7. [eiseres 7] B.V.,

alle gevestigd te [vestigingsplaats],

EISERESSEN tot cassatie,

hierna gezamenlijk: [eiseressen],

advocaat: C.S.G. Janssens,

tegen

ING BANK N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: ING,

advocaat: F.E. Vermeulen.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. het vonnis in de zaak C/13/663885 / HA ZA 19-341 van de rechtbank Amsterdam van 14 april 2021;

b. het arrest in de zaak 200.302.882/01 van het gerechtshof Amsterdam van 9 januari 2024.

[eiseressen] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

ING heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor ING mede door P. Smits.

De conclusie van de Advocaat-Generaal S.D. Lindenbergh strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [eiseressen] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt [eiseressen] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ING begroot op € 8.206,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren F.J.P. Lock en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 7 februari 2025.