Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Erfrecht. Verbeurt erfgenaam zijn aandeel in nalatenschap wegens opzettelijke verzwijging…
Hoge Raad, 14 februari 2025
ECLI:NL:HR:2025:265 · Hoge Raad · 14 februari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2025-265
Zaakgegevens
Op 14 februari 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 14 februari 2025
- Datum publicatie
- 14 februari 2025
- Zaaknummer
- 24/00848
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- A.C de Bakker, M.E. Bruning
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:265
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Erfrecht. Verbeurt erfgenaam zijn aandeel in nalatenschap wegens opzettelijke verzwijging (art. 3:194 lid 2 BW)?
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 12 december 2023
ECLI:NL:GHARL:2023:10539Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 13 december 2024
ECLI:NL:PHR:2024:1286Hoge Raad · 14 februari 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:265
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/00848
Datum 14 februari 2025
ARREST
In de zaak van
[de broer],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [de broer],
advocaat: A.C. de Bakker,
tegen
[de zus],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: [de zus],
advocaat: M.E. Bruning.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak NL18.12055 van de rechtbank Gelderland van 8 april 2019;
b. de arresten in de zaak 200.261.168 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 december 2020, 8 februari 2022 en 12 december 2023.
[de broer] heeft tegen de arresten van het hof van 8 februari 2022 en 12 december 2023 beroep in cassatie ingesteld.
[de zus] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [de broer] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van de arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [de broer] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [de zus] begroot op € 361,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 14 februari 2025.