Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Erfrecht. Verdeling nalatenschap. Waardebepaling van boerderij op basis van bewoonde dan…
Hoge Raad, 21 maart 2025
ECLI:NL:HR:2025:441 · Hoge Raad · 21 maart 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2025-441
Zaakgegevens
Op 21 maart 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 21 maart 2025
- Datum publicatie
- 21 maart 2025
- Zaaknummer
- 24/00312
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- M.E Bruning, J. van Duijvendijk-Brand
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:441
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Erfrecht. Verdeling nalatenschap. Waardebepaling van boerderij op basis van bewoonde dan wel onbewoonde staat?
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 31 oktober 2023
ECLI:NL:GHAMS:2023:2605Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 17 januari 2025
ECLI:NL:PHR:2025:60Hoge Raad · 21 maart 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:441
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/00312
Datum 21 maart 2025
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1],
wonende te [woonplaats],
2. [eiser 2],
wonende te [woonplaats],
3. [eiser 3],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [eisers],
advocaat: M.E. Bruning,
tegen
[eisers],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [eisers],
advocaat: J. van Duijvendijk-Brand.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/15/292603 / HA ZA 19-541 van de rechtbank Noord-Holland van 26 augustus 2020 en 9 juni 2021;
b. het arrest in de zaak 200.297.040/01 van het gerechtshof Amsterdam van 31 oktober 2023.
[eisers] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[eisers] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor [eisers] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff, A.E.B. ter Heide, G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 21 maart 2025.