Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Executierecht. Beslagrecht. Executoriaal beslag hypotheekhouder. Kan rechtsverhouding…
Hoge Raad, 4 april 2025
ECLI:NL:HR:2025:512 · Hoge Raad · 4 april 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2025-512
Zaakgegevens
Op 4 april 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 4 april 2025
- Datum publicatie
- 3 april 2025
- Zaaknummer
- 24/00597
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- D.M de Knijff, T.E. Booms
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:512
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Executierecht. Beslagrecht. Executoriaal beslag hypotheekhouder. Kan rechtsverhouding tussen juridisch eigenaar en economisch eigenaar van panden worden gekwalificeerd als huur, art. 7:201 BW? Aard prestaties.
Procesgang
Rechtbank Midden-Nederland · 20 oktober 2021
ECLI:NL:RBMNE:2021:6961Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 21 november 2023
ECLI:NL:GHARL:2023:9882Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 24 januari 2025
ECLI:NL:PHR:2025:95Hoge Raad · 4 april 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:512
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/00597
Datum 4 april 2025
ARREST
In de zaak van
1. [eiseres 1],
wonende te [woonplaats],
2. [eiser 2],
wonende te [woonplaats],
3. [eiser 3],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna: [eisers],
advocaat: D.M. de Knijff,
tegen
COÖPERATIEVE RABOBANK U.A.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Rabobank,
advocaat: T.E. Booms.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/16/515891 / HA ZA 21-43 van de rechtbank Midden-Nederland van 20 oktober 2021;
b. de arresten in de zaak 200.306.878 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 18 oktober 2022 en 21 november 2023.
[eisers] hebben tegen het arrest van 21 november 2023 van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Rabobank heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Rabobank begroot op € 873,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de president G. de Groot als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 4 april 2025.