Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Art. 798 lid 1 Rv. Is ouder zonder gezag belanghebbende bij…
Hoge Raad, 10 januari 2025
ECLI:NL:HR:2025:55 · Hoge Raad · 10 januari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2025-55
Zaakgegevens
Op 10 januari 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 januari 2025
- Datum publicatie
- 9 januari 2025
- Zaaknummer
- 24/01402
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- R.K. van der Brugge
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:55
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Art. 798 lid 1 Rv. Is ouder zonder gezag belanghebbende bij procedure over ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing?
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 11 januari 2024
ECLI:NL:GHARL:2024:273Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 8 november 2024
ECLI:NL:PHR:2024:1195Hoge Raad · 10 januari 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:55
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/01402
Datum 10 januari 2025
BESCHIKKING
In de zaak van
[de vader],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: de vader,
advocaat: R.K. van der Brugge,
tegen
1. DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING,
gevestigd te Almelo,
2. STICHTING JEUGDBESCHERMING OVERIJSSEL,
gevestigd te Hengelo,
3. [de moeder],
wonende op een geheim adres,
VERWEERSTERS in cassatie,
hierna: de raad, de GI en de moeder,
niet verschenen.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikking in de zaak C/08/302011 / JE RK 23-1678 van de rechtbank Overijssel van 11 september 2023;
b. de beschikking in de zaak 200.334.485 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 11 januari 2024.
De vader heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De raad, de GI en de moeder hebben geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.M. Coenraad strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de vader heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van de middelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 10 januari 2025.