Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht. Ontbinding huurovereenkomst woonruimte wegens overlast. Motiveringsklacht.
Hoge Raad, 23 mei 2025
ECLI:NL:HR:2025:816 · Hoge Raad · 23 mei 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2025-816
Zaakgegevens
Op 23 mei 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 23 mei 2025
- Datum publicatie
- 22 mei 2025
- Zaaknummer
- 24/01783
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- M.W van der Heijden, R.D. Boesveld
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:816
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht. Ontbinding huurovereenkomst woonruimte wegens overlast. Motiveringsklacht.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 27 februari 2024
ECLI:NL:GHARL:2024:1458Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 14 maart 2025
ECLI:NL:PHR:2025:298Hoge Raad · 23 mei 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:816
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/01783
Datum 23 mei 2025
ARREST
In de zaak van
[de huurder],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: de huurder,
advocaat: M.W. van der Heijden,
tegen
STICHTING VIVARE,
gevestigd te Arnhem,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de verhuurder,
advocaat: R.D. Boesveld.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak 9477414 / CV EXPL 21-7996 /498 /51710 van de rechtbank Gelderland van 1 december 2021 en 4 mei 2022;
b. de arresten in de zaak 200.315.414 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 11 oktober 2022 en 27 februari 2024.
De huurder heeft tegen het arrest van het hof van 27 februari 2024 beroep in cassatie ingesteld.
De verhuurder heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor de verhuurder toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de huurder heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt de huurder in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de verhuurder begroot op € 873,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.E.B. ter Heide, als voorzitter, F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 23 mei 2025.