Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht. Beëindiging huur woonruimte (stacaravan) op woonerf verhuurder (art. 7:274 BW)…
Hoge Raad, 23 mei 2025
ECLI:NL:HR:2025:821 · Hoge Raad · 23 mei 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2025-821
Zaakgegevens
Op 23 mei 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 23 mei 2025
- Datum publicatie
- 23 mei 2025
- Zaaknummer
- 24/02939
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- M.W van der Heijden, P.A. Fruytier
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:821
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht. Beëindiging huur woonruimte (stacaravan) op woonerf verhuurder (art. 7:274 BW). Bijzondere omstandigheden aanwezig die beroep op huurbescherming naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar doen zijn (art. 6:248 lid 2 BW)?
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 30 april 2024
ECLI:NL:GHARL:2024:2975Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 21 maart 2025
ECLI:NL:PHR:2025:358Hoge Raad · 23 mei 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:821
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/02939
Datum 23 mei 2025
ARREST
In de zaak van
1. [huurder 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
2. [huurder 2] ,
wonende te [woonplaats] ,
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [de huurders] ,
advocaat: M.W. van der Heijden,
tegen
[verweerder] ,
wonende te [woonplaats] ,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder] ,
advocaat: P.A. Fruytier.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaken 10065309 \ CV EXPL 22-5079 en 10310412 \ CV EXPL 23-592 van de rechtbank Noord-Nederland van 8 november 2022 en 18 april 2023;
b. de arresten in de zaak 200.329.928/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 21 november 2023 en 30 april 2024.
[de huurders] hebben tegen het arrest van het hof van 30 april 2024 beroep in cassatie ingesteld.
[verweerder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor [verweerder] toegelicht door zijn advocaat en mede door E.W.T. Kerckhoffs.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [de huurders] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Nu de datum waarop het hof het einde van de huurovereenkomst heeft bepaald is verstreken, zal de Hoge Raad een nieuwe datum bepalen.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- bepaalt dat de huurovereenkomst eindigt op 1 september 2025 en veroordeelt [de huurders] uiterlijk op die datum het gehuurde te ontruimen;
- veroordeelt [de huurders] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 361,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [de huurders] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 23 mei 2025.