Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht. Huur ruimte in woonzorgcentrum waarin kapsalon wordt geëxploiteerd; is sprake…

Hoge Raad, 6 juni 2025

Zaakgegevens

Op 6 juni 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
6 juni 2025
Datum publicatie
6 juni 2025
Zaaknummer
24/01754
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
J den Hoed, P.A. Fruytier
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:873
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht. Huur ruimte in woonzorgcentrum waarin kapsalon wordt geëxploiteerd; is sprake van voor publiek toegankelijke bedrijfsruimte in zin van art. 7:290 BW?

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 30 januari 2024

    ECLI:NL:GHAMS:2024:220
  2. Conclusie A-G · 28 maart 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:394
  3. Hoge Raad · 6 juni 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:873

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 24/01754

Datum 6 juni 2025

ARREST

In de zaak van

[de huurder] h.o.d.n. [kapsalon],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

hierna: [de huurder],

advocaat: J. den Hoed,

tegen

STICHTING [de verhuurder],

gevestigd te [vestigingsplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: [de verhuurder],

advocaat: P.A. Fruytier.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. het vonnis in de zaak 8971220 \ CV EXPL 21-175 (SS) van de rechtbank Noord-Holland van 29 juli 2021;

b. het arrest in de zaak 200.301.282/01 van het gerechtshof Amsterdam van 30 januari 2024.

[de huurder] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

[de verhuurder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor [de verhuurder] toegelicht door haar advocaat en door E.W.T. Kerckhoffs.

De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt [de huurder] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [de verhuurder] begroot op € 2.897,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [de huurder] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, H.M. Wattendorff en S.J. Schaafsma, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 6 juni 2025.