Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Gezag van gewijsde van beschikking Ondernemingskamer. Hebben verweerders dwangsommen verbeurd?
Hoge Raad, 13 juni 2025
ECLI:NL:HR:2025:907 · Hoge Raad · 13 juni 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2025-907
Zaakgegevens
Op 13 juni 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 13 juni 2025
- Datum publicatie
- 13 juni 2025
- Zaaknummer
- 24/02823
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- A.C. van Schaick
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:907
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Gezag van gewijsde van beschikking Ondernemingskamer. Hebben verweerders dwangsommen verbeurd?
Procesgang
Rechtbank Midden-Nederland · 4 januari 2023
ECLI:NL:RBMNE:2023:10Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 2 juli 2024
ECLI:NL:GHARL:2024:4348(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaanVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 11 april 2025
ECLI:NL:PHR:2025:436Hoge Raad · 13 juni 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:907
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/02823
Datum 13 juni 2025
ARREST
In de zaak van
[eiseres] B.V. IN LIQUIDATIE,
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
hierna: [eiseres],
advocaat: A.C. van Schaick,
tegen
1. [verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder 1],
advocaten: B.I. Kraaipoel en T.E. Booms,
2. [verweerster 2] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: [verweerder 1] B.V.,
niet verschenen.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/16/524883 / HL ZA 21-201 van de rechtbank Midden-Nederland van 22 september 2021 en 4 januari 2023;
b. de arresten in de zaak 200.325.284/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 31 oktober 2023 en 2 juli 2024.
[eiseres] heeft tegen het arrest van het hof van 2 juli 2024 beroep in cassatie ingesteld.
[verweerder 1] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
Tegen [verweerder 1] B.V. is verstek verleend.
De zaak is voor [verweerder 1] toegelicht door zijn advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder 1] begroot op € 2.463,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan, en aan de zijde van [verweerder 1] B.V. begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.M. Wattendorff, als voorzitter, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 13 juni 2025.