Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Aansprakelijkheidsrecht. Is advocaat tekortgeschoten in zijn zorgplicht jegens derde?
Hoge Raad, 20 juni 2025
ECLI:NL:HR:2025:977 · Hoge Raad · 20 juni 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2025-977
Zaakgegevens
Op 20 juni 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 20 juni 2025
- Datum publicatie
- 19 juni 2025
- Zaaknummer
- 24/02251
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- N.C van Steijn, R.M. Andes
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:977
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Aansprakelijkheidsrecht. Is advocaat tekortgeschoten in zijn zorgplicht jegens derde?
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 12 maart 2024
ECLI:NL:GHAMS:2024:583Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 9 mei 2025
ECLI:NL:PHR:2025:516Hoge Raad · 20 juni 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:977
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/02251
Datum 20 juni 2025
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1],
wonende te [vestigingsplaats],
2. [Holding] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna: [eisers],
advocaat: N.C. van Steijn,
tegen
1. [verweerder 1],
wonende te Den Haag,
2. de maatschap DE ADVOCATEN GROEP,
gevestigd te Rijswijk,
3. TLG AMSTERDAM B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERDERS in cassatie,
hierna: [verweerders],
advocaat: R.M. Andes.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/13/684484 / HA ZA 20-553 van de rechtbank Amsterdam van 7 april 2021 en 8 september 2021;
b. het arrest in de zaak 200.305.081/01 van het gerechtshof Amsterdam van 12 maart 2024.
[eisers] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweerders] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor [verweerders] toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 873,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.M. Wattendorff, als voorzitter, S.J. Schaafsma en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 20 juni 2025.