Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht bedrijfsruimte. Beëindiging huurovereenkomst wegens dringend eigen gebruik (art…
Hoge Raad, 6 februari 2026
ECLI:NL:HR:2026:190 · Hoge Raad · 6 februari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2026-190
Zaakgegevens
Op 6 februari 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 6 februari 2026
- Datum publicatie
- 5 februari 2026
- Zaaknummer
- 24/04383
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- J.H.M van Swaaij, R.L.M.M. Tan
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2026:190
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht bedrijfsruimte. Beëindiging huurovereenkomst wegens dringend eigen gebruik (art. 7:296 lid 1, aanhef en onder b, BW).
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 15 september 2020
ECLI:NL:GHAMS:2020:2606Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 29 oktober 2021
ECLI:NL:PHR:2021:1005Hoge Raad · 1 april 2022
ECLI:NL:HR:2022:494(Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzenVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Gerechtshof Den Haag · 3 september 2024
ECLI:NL:GHDHA:2024:1630Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 28 november 2025
ECLI:NL:PHR:2025:1290Hoge Raad · 6 februari 2026deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2026:190
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/04383
Datum 6 februari 2026
ARREST
In de zaak van
AMSTERDAM-INN B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
EISERES tot cassatie,
hierna: Centre Hotel,
advocaat: J.H.M. van Swaaij,
tegen
[verhuurder] ,
wonende te [woonplaats] ,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verhuurder] ,
advocaat: R.L.M.M. Tan.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar:
a. zijn arrest in de zaak 20/04149 van 1 april 2022 (ECLI:NL:HR:2022:494);
b. het arrest in de zaak 200.327.320/01 van het gerechtshof Den Haag van 3 september 2024.
Centre Hotel heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verhuurder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor [verhuurder] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Centre Hotel heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Nu de datum waarop het hof het einde van de huurovereenkomst heeft bepaald, is verstreken, zal de Hoge Raad een nieuwe datum bepalen.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- bepaalt de datum waarop de huurovereenkomst eindigt, alsmede de datum waarop Centre Hotel de bedrijfsruimte moet hebben ontruimd, op 1 juni 2026;
- veroordeelt Centre Hotel in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verhuurder] begroot op € 361,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Centre Hotel deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 6 februari 2026.