Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Aansprakelijkheidsrecht. Onrechtmatig handelen accountants jegens bestuurders van…
Hoge Raad, 13 februari 2026
ECLI:NL:HR:2026:232 · Hoge Raad · 13 februari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2026-232
Zaakgegevens
Op 13 februari 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 13 februari 2026
- Datum publicatie
- 12 februari 2026
- Zaaknummer
- 25/00794
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- G.C Nieuwland, J. van der Beek
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2026:232
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Aansprakelijkheidsrecht. Onrechtmatig handelen accountants jegens bestuurders van gefailleerde vennootschap. Eisen aan stelplicht en onderbouwing schadevergoedingsvordering door benadeelde. Gederfde winst. Eigen schuld.
Procesgang
Rechtbank Den Haag · 9 februari 2022
ECLI:NL:RBDHA:2022:940Gerechtshof Den Haag · 3 december 2024
ECLI:NL:GHDHA:2024:2297(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaanVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 5 december 2025
ECLI:NL:PHR:2025:1328Hoge Raad · 13 februari 2026deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2026:232
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 25/00794
Datum 13 februari 2026
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1],
wonende te [woonplaats],
2. SPORTLED NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Westzaan,
3. ERBE CONSULTANCY B.V.,
gevestigd te Westzaan,
EISERS tot cassatie, verweerders in het (gedeeltelijk voorwaardelijke) incidentele cassatieberoep,
hierna: [eisers],
advocaat: G.C. Nieuwland,
tegen
1. [verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [verweerder 2],
wonende te [woonplaats],
3. ALSBERG ACCOUNTANTS & ADVISEURS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERDERS in cassatie, eisers in het (gedeeltelijk voorwaardelijke) incidentele cassatieberoep,
hierna: [verweerders],
advocaat: J. van der Beek.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/09/576673/ HA ZA 19-731 van rechtbank Den Haag van 30 oktober 2019, 5 augustus 2020, 30 juni 2021 en 9 februari 2022;
b. het arrest in de zaak 200.315.409/01 van het gerechtshof Den Haag van 3 december 2024.
[eisers] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweerders] hebben (gedeeltelijk voorwaardelijk) incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor [eisers] mede door J.W.M. Jansen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt zowel in het principale als in het incidentele cassatieberoep tot verwerping.
De advocaten van partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
in het principale beroep:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 8.508,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan;
in het incidentele beroep:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [verweerders] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eisers] begroot op € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.M. Wattendorff, als voorzitter, A.E.B. ter Heide en S.J. Schaafsma, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 13 februari 2026.