Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Arbitrage. Exequaturprocedure. Klachten tegen oordeel van hof dat arbitraal vonnis in…
Hoge Raad, 6 maart 2026
ECLI:NL:HR:2026:363 · Hoge Raad · 6 maart 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2026-363
Zaakgegevens
Op 6 maart 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 6 maart 2026
- Datum publicatie
- 5 maart 2026
- Zaaknummer
- 25/00575
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- B.M.H. Fleuren.
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2026:363
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Arbitrage. Exequaturprocedure. Klachten tegen oordeel van hof dat arbitraal vonnis in Nederland ten uitvoer kan worden gelegd.
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 17 december 2024
ECLI:NL:GHDHA:2024:2384Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 21 november 2025
ECLI:NL:PHR:2025:1294Hoge Raad · 6 maart 2026deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2026:363
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 25/00575
Datum 6 maart 2026
BESCHIKKING
In de zaak van
ANTRIX CORPORATION LIMITED,
gevestigd te Bengalaru (Karnata), India,
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: Antrix,
advocaten: J.W.M.K. Meijer, F.J.L. Kaptein en M.H.K. Jansen,
tegen
DEVAS MULTIMEDIA AMERICA INC.,
gevestigd te Wilmington (Delaware), Verenigde Staten van Amerika,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: DMAI,
advocaat: B.M.H. Fleuren.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikkingen in de zaak C/09/619394 / KG RK 21-1251 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag van 20 april 2022 en 18 juli 2023;
b. de beschikking in de zaak 200.332.942/01 van het gerechtshof Den Haag van 17 december 2024.
Antrix heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.
DMAI heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
Antrix heeft, met toestemming van de rolraadsheer, nog een verweerschrift in het beroep op niet-ontvankelijkheid ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt primair tot niet-ontvankelijkheid en subsidiair tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van Antrix hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Antrix in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van DMAI begroot op € 905,-- aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Antrix deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 6 maart 2026.