Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Verzekeringsrecht. Persoonlijk onderzoek door verzekeraar. Art. 7:941 BW.

Hoge Raad, 10 april 2026

Zaakgegevens

Op 10 april 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10 april 2026
Datum publicatie
10 april 2026
Zaaknummer
25/01799
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
J. Streefkerk.
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:593
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Verzekeringsrecht. Persoonlijk onderzoek door verzekeraar. Art. 7:941 BW.

Procesgang

  1. Rechtbank Oost-Brabant · 15 november 2023

    ECLI:NL:RBOBR:2023:5343
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 11 februari 2025

    ECLI:NL:GHSHE:2025:353
  3. Conclusie A-G · 13 februari 2026

    ECLI:NL:PHR:2026:172
  4. Hoge Raad · 10 april 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:593

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 25/01799

Datum 10 april 2026

ARREST

In de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

hierna: [eiser],

advocaten: M. van Tiel en M.J. van Basten Batenburg,

tegen

KLAVERBLAD SCHADEVERZEKERINGSMAATSCHAPPIJ N.V.,

gevestigd te Zoetermeer,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: Klaverblad,

advocaat: J. Streefkerk.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de vonnissen in de zaak C/01/369260 / HA ZA 21-224 van de rechtbank Oost-Brabant van 2 juni 2021, 15 februari 2023 en 15 november 2023;

b. het arrest in de zaak 200.338.495/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 11 februari 2025.

[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

Klaverblad heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor Klaverblad toegelicht door haar advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaten van [eiser] hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Klaverblad begroot op € 8.508,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, A.E.B. ter Heide, F.R. Salomons en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 10 april 2026.