Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Uitleg van boetebeding in aannemingsovereenkomst in samenhang met gelijktijdig gesloten…
Hoge Raad, 5 juni 2026
ECLI:NL:HR:2026:839 · Hoge Raad · 5 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2026-839
Zaakgegevens
Op 5 juni 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 5 juni 2026
- Datum publicatie
- 4 juni 2026
- Zaaknummer
- 25/01954
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- B Schouten, J. van Weerden
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2026:839
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Uitleg van boetebeding in aannemingsovereenkomst in samenhang met gelijktijdig gesloten koopovereenkomst.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 25 februari 2025
ECLI:NL:GHARL:2025:1066Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 10 april 2026
ECLI:NL:PHR:2026:354Hoge Raad · 5 juni 2026deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2026:839
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 25/01954
Datum 5 juni 2026
ARREST
In de zaak van
[verkoper] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
hierna: [verkoper],
advocaat: B. Schouten,
tegen
[Koper-opdrachtgever] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: [Koper-opdrachtgever],
advocaat: J. van Weerden.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/08/291138/ HA ZA 23-37 van de rechtbank Overijssel van 23 augustus 2023;
b. het arrest in de zaak 200.338.542 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 25 februari 2025.
[verkoper] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[Koper-opdrachtgever] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor [Koper-opdrachtgever] toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verkoper] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [verkoper] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [Koper-opdrachtgever] begroot op € 8.508,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [verkoper] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, S.J. Schaafsma en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.R. Salomons op 5 juni 2026.