Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Erfpacht. Opzegging van ondererfpacht omdat in woning hennep en vuurwapen is aangetroffen…
Hoge Raad, 5 juni 2026
ECLI:NL:HR:2026:842 · Hoge Raad · 5 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2026-842
Zaakgegevens
Op 5 juni 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 5 juni 2026
- Datum publicatie
- 4 juni 2026
- Zaaknummer
- 24/04835
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- M.W van der Heijden, M.E. Bruning
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2026:842
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Erfpacht. Opzegging van ondererfpacht omdat in woning hennep en vuurwapen is aangetroffen. Art. 5:87 lid 2 BW. Ernstige tekortkoming? Art. 3:29 lid 3 BW. Niet tijdige aantekening in rechtsmiddelenregister. Ontvankelijkheid.
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 1 oktober 2024
ECLI:NL:GHDHA:2024:1665Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 7 november 2025
ECLI:NL:PHR:2025:1209Hoge Raad · 5 juni 2026deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2026:842
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/04835
Datum 5 juni 2026
ARREST
In de zaak van
[eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
hierna: [eiseres],
advocaat: M.W. van der Heijden,
tegen
STICHTING WOONBRON,
gevestigd te Rotterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Woonbron,
advocaat: M.E. Bruning.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/10/640460 / HA ZA 22-508 van de rechtbank Rotterdam van 4 januari 2023;
b. het arrest in de zaak 200.330.505/01 van het gerechtshof Den Haag van 1 oktober 2024.
[eiseres] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Woonbron heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor Woonbron toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot ontvankelijkverklaring van [eiseres] in het door haar ingestelde cassatieberoep, niettegenstaande de vertraagde daadwerkelijke aantekening van het cassatieberoep in het bij de griffie van het gerechtshof Den Haag berustende rechtsmiddelenregister en tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Woonbron begroot op € 873,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.R. Salomons op 5 juni 2026.