Europees civiel recht
Aanbestedingsrecht. Europees recht. Onduidelijkheid moment waarop dwangsom op naleving gebod wordt verbeurd.
Hoge Raad, 28 mei 2021
ECLI:NL:HR:2021:792 · Hoge Raad · 28 mei 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/europees-civiel-recht/cassatie/ecli-nl-hr-2021-792
Zaakgegevens
Op 28 mei 2021 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over europees civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 28 mei 2021
- Datum publicatie
- 28 mei 2021
- Zaaknummer
- 20/00005
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Europees civiel recht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- F.E Vermeulen, H.J.W Alt, J.P. Heering en voorheen ook P.J. Tanja
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2021:792
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Aanbestedingsrecht. Europees recht. Onduidelijkheid moment waarop dwangsom op naleving gebod wordt verbeurd.
Procesgang
Rechtbank Midden-Nederland · 18 oktober 2017
ECLI:NL:RBMNE:2017:5218Rechtbank Midden-Nederland · 7 november 2018
ECLI:NL:RBMNE:2018:6488Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 25 juni 2019
ECLI:NL:GHARL:2019:5311Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 1 oktober 2019
ECLI:NL:GHARL:2019:7958Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 18 december 2020
ECLI:NL:PHR:2020:1199Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 18 december 2020
ECLI:NL:PHR:2020:1200Hoge Raad · 28 mei 2021
ECLI:NL:HR:2021:791Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Hoge Raad · 28 mei 2021deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2021:792
(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaanVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg · Conclusie contrairGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 20/00005
Datum 28 mei 2021
ARREST
In de zaak van
NS STATIONS B.V.,
gevestigd te Utrecht,
EISERES tot cassatie,
hierna: NS Stations,
advocaat: F.E. Vermeulen,
tegen
1. JCDECAUX NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: JCDecaux
advocaat: H.J.W. Alt,
2. EXTERION MEDIA (NETHERLANDS) B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Exterion,
advocaat: J.P. Heering en voorheen ook P.J. Tanja.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
de vonnissen in de zaak C/16/421208 / HA ZA 16-599 van de rechtbank Midden-Nederland van 18 oktober 2017 en 7 november 2018;
-
de arresten in de zaken 200.237.719, 200.233.320 en 200.260.097 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 31 juli 2018, 20 november 2018, 25 juni 2019 en 1 oktober 2019.
NS Stations heeft tegen het arrest van het hof van 1 oktober 2019 beroep in cassatie ingesteld.
JCDecaux heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
Exterion heeft een verweerschrift tot gegrondbevinding van het cassatieberoep van NS Stations ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor NS Stations mede door C.F.B. Groot Rouwen, en voor Exterion mede door L.E.M.P. Niessen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Uitgangspunten en feiten
In dit geding over de aanbesteding van concessieovereenkomsten ter zake van reclame-uitingen op NS-stations heeft JCDecaux in hoger beroep onder meer gevorderd NS Stations te gebieden uiterlijk vijftien werkdagen na het wijzen van arrest inzicht te geven in de contracten die NS Stations op het gebied van straatmeubilair en reclame(concessies) heeft gesloten vanaf medio 2011 tot en met heden.
Het hof heeft in het dictum van zijn arrest in de zaak 200.237.719 onder meer als volgt beslist:
“6.
gebiedt NS Stations om inzage te verstrekken in de concessieovereenkomst 2011 en de Ngage-overeenkomst waarbij informatie ten aanzien van de prijzen onleesbaar dient te worden gemaakt;
7.
gebiedt NS Stations om ten aanzien van de onder 6 geboden inzage een verklaring van een (van haar) onafhankelijk accountant te verstrekken, waaruit blijkt dat zij een compleet overzicht daarvan heeft verstrekt;
veroordeelt NS Stations om in geval van (…) niet-naleving van het onder 6 en 7 geformuleerde gebod een dwangsom aan JCDecaux te betalen van € 100.000,- per overtreding en per dag dat deze overtreding voortduurt, tot een maximum van € 1.500.000,-;”
3 Beoordeling van het middel
Onderdeel 4.3 van het middel klaagt dat het hof in het hiervoor in 2.2 weergegeven deel van het dictum NS Stations ten onrechte heeft veroordeeld tot betaling van een dwangsom, nu aan de veroordeling die door deze dwangsom wordt versterkt (de geboden onder 6 en 7 van het dictum) geen nakomingstermijn is verbonden.
Het hof heeft geen termijn voor nakoming van de veroordelingen onder 6 en 7 van het dictum bepaald, en ook niet op de voet van art. 611a lid 4 Rv bepaald dat NS Stations pas na verloop van een zekere termijn een dwangsom zal verbeuren. Daarmee was in dit geval niet duidelijk genoeg vanaf welk moment een dwangsom werd verschuldigd. Dit strookt niet met de rechtszekerheid die op dit punt is vereist. Uit het voorgaande volgt dat de klacht slaagt.
Onderdeel 4.4 klaagt dat het hof iets anders heeft toegewezen dan gevorderd, door een dwangsom te verbinden aan de veroordeling tot verstrekking van de accountantsverklaring bedoeld onder 7 van het dictum. JCDecaux heeft immers uitsluitend de verstrekking van een accountantsverklaring verzocht waaruit zou blijken dat NS Stations een compleet overzicht van de relevante contracten had verstrekt. Na afwijzing (in rov. 3.59) van de daarop gerichte exhibitievordering kon het hof de daaraan verbonden vordering tot verstrekking van een accountantsverklaring niet wijzigen in de wezenlijk andere vordering tot verstrekking van een accountantsverklaring waaruit blijkt dat NS Stations een compleet overzicht heeft verstrekt van de concessieovereenkomst 2011 en de Ngage-overeenkomst, aldus het onderdeel.
De klacht faalt. Het hof heeft kennelijk geoordeeld dat de vordering tot het verstrekken van de accountantsverklaring zoals het die heeft toegewezen, besloten lag in de exhibitievordering van JCDecaux en de daaraan verbonden vordering tot verstrekking van een accountantsverklaring. Dit oordeel berust op uitleg van de vordering van JCDecaux, mede in het licht van de gedingstukken, welke uitleg aan het hof is voorbehouden en in cassatie slechts beperkt kan worden getoetst. Onbegrijpelijk is deze uitleg niet.
De overige klachten van het middel kunnen niet tot cassatie leiden. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie art. 81 lid 1 RO).
De Hoge Raad kan zelf de zaak afdoen door alsnog een termijn te bepalen voor het voldoen aan de veroordeling vermeld in het dictum onder 6 en 7 van het bestreden arrest, en te bepalen dat de door het hof daaraan verbonden dwangsom na betekening van het arrest van de Hoge Raad verbeurd zal worden indien niet binnen die termijn aan die veroordeling is voldaan. De Hoge Raad zal die termijn overeenkomstig de vordering van JCDecaux en bij gebreke van verweer tegen die termijn van NS Stations, bepalen op vijftien werkdagen na het uitspreken van dit arrest.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt het arrest in de zaak 200.237.719 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 oktober 2019, maar uitsluitend voor zover daarin in het dictum aan de veroordelingen onder 6 en 7 geen termijn voor nakoming is verbonden;
- bepaalt dat NS Stations uiterlijk binnen vijftien werkdagen na heden moet hebben voldaan aan de veroordelingen in het dictum onder 6 en 7 van het bestreden arrest en dat de daaraan verbonden dwangsom na betekening van dit arrest van de Hoge Raad verbeurd zal worden indien NS Stations niet binnen die termijn aan die veroordelingen heeft voldaan;
- veroordeelt JCDecaux in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van NS Stations begroot op € 995,56 aan verschotten en € 2.600,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien JCDecaux deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 28 mei 2021.