Civiel recht overig
Incidentele vordering tot tussenkomst ex artikel 217 Rv toegewezen. Appellant en geïntimeerde hebben geen…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25 juni 2019
ECLI:NL:GHARL:2019:5311 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 25 juni 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2019-5311
Zaakgegevens
Op 25 juni 2019 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 juni 2019
- Datum publicatie
- 25 juni 2019
- Zaaknummer
- 200.260.097
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J.W Fanoy, mr. G.W van der Bend, mr. J.F. van Nouhuys
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2019:5311
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Incidentele vordering tot tussenkomst ex artikel 217 Rv toegewezen. Appellant en geïntimeerde hebben geen bezwaar gemaakt tegen de interventie.
Procesgang
Rechtbank Midden-Nederland · 18 oktober 2017
ECLI:NL:RBMNE:2017:5218Rechtbank Midden-Nederland · 7 november 2018
ECLI:NL:RBMNE:2018:6488Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 25 juni 2019deze uitspraak
ECLI:NL:GHARL:2019:5311
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 1 oktober 2019
ECLI:NL:GHARL:2019:7958Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 18 december 2020
ECLI:NL:PHR:2020:1199Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 18 december 2020
ECLI:NL:PHR:2020:1200Hoge Raad · 28 mei 2021
ECLI:NL:HR:2021:791Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Hoge Raad · 28 mei 2021
ECLI:NL:HR:2021:792(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaanVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg · Conclusie contrairGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.260.097
(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht 421208)
arrest van 25 juni 2019
in het incident ex artikel 217 Rv van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Exterion Media (Netherlands) B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
eiseres in het incident,
hierna: Exterion,
advocaat: mr. J.W. Fanoy,
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
NS Stations B.V.,
gevestigd te Utrecht,
appellante, tevens verweerster in het incident,
in eerste aanleg: gedaagde,
hierna: NS Stations,
advocaat: mr. G.W. van der Bend,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
JCDecaux Nederland B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
geïntimeerde, tevens verweerster in het incident,
in eerste aanleg: eiseres,
hierna: JCDecaux,
advocaat: mr. J.F. van Nouhuys.
1 Het geding in eerste aanleg
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de vonnissen van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht van 18 oktober 2017 en 7 november 2018.
2 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 7 februari 2019,
- de memorie van grieven,
- de incidentele memorie tot tussenkomst, subsidiair voeging van Exterion (met productie),
- de akte tot referte in het incident tot tussenkomst, subsidiair voeging van NS Stations,
- de akte tot referte in het incident tot tussenkomst, subsidiair voeging van JCDecaux.
Vervolgens heeft het hof arrest in het incident bepaald.
3 De motivering van de beslissing in het incident
De rechtbank heeft op 18 oktober 2017 een tussenvonnis gewezen tussen JCDecaux als eiseres en NS Stations als gedaagde. Van dat tussenvonnis zijn zowel JCDecaux als NS Stations in hoger beroep gekomen (bij het hof bekend onder de zaaknummers 200.233.320 en 200.237.719). Bij arresten van 20 november 2018 heeft dit hof Exterion toegestaan om te mogen tussenkomen in de zaken 200.233.320 en 200.237.719.
Op 7 november 2018 heeft de rechtbank intussen een eindvonnis gewezen in de zaak tussen JCDecaux als eiseres en NS Stations als gedaagde. NS Stations heeft ook hoger beroep ingesteld tegen dit eindvonnis (dit betreft het onderhavige zaaknummer 200.260.097). In dit incident heeft Exterion gevorderd ook in de zaak 200.260.097 primair te mogen tussenkomen en subsidiair zich te mogen voegen aan de zijde van NS Stations. NS Stations en JCDecaux hebben zich ten aanzien van de incidentele vordering van Exterion gerefereerd aan het oordeel van het hof.
Het hof stelt voorop dat een partij op grond van artikel 217 Rv in een aanhangig geding kan vorderen te mogen tussenkomen indien zij een eigen vordering wenst in te stellen tegen (een van) de procederende partijen en voldoende belang heeft zich met dat doel te mengen in het aanhangige geding in verband met de nadelige gevolgen die zij van de uitspraak in de hoofdzaak kan ondervinden (zie Hoge Raad 28 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:768).
Exterion heeft conform de tussen partijen gemaakte procesafspraken verzocht haar incidentele memorie tot tussenkomst, subsidiair voeging van 12 juni 2018 in de zaak 200.233.320 als herhaald en ingelast te beschouwen. In die memorie heeft Exterion voldoende toegelicht dat zij eigen vorderingen wenst in te stellen en voldoende belang heeft om zich door middel van die vorderingen te mengen in het geding. Nu NS Stations en JCDecaux geen bezwaar hebben tegen de tussenkomst van Exterion, zal het hof de vordering toewijzen.
3 De slotsom
Het hof zal de incidentele vordering tot tussenkomst van Exterion toewijzen. De beslissing over de kosten van het incident zal het hof aanhouden tot het eindarrest in de hoofdzaak.
Het hof zal de hoofdzaak naar de rol verwijzen voor memorie in tussenkomst aan de zijde van Exterion. Verder zal het hof iedere beslissing aanhouden.
4 De beslissing
Het hof, recht doende:
in het incident:
wijst de vordering tot tussenkomst van Exterion toe;
houdt de beslissing over de kosten van het incident aan tot het eindarrest in de hoofdzaak;
in de hoofdzaak in hoger beroep:
verwijst de zaak naar de roldatum 2 juli 2019 voor memorie na tussenkomst aan de zijde van Exterion;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.M. Evers, A.A. van Rossum en H.L. Wattel, is bij afwezigheid van de voorzitter ondertekend door mr. Wattel en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2019.