Goederenrecht
Art. 81 lid 1 RO. Goederenrecht. Geen mededeling van cessie gedaan aan schuldenaar. Wordt pandhouder…
Hoge Raad, 15 februari 2019
ECLI:NL:HR:2019:223 · Hoge Raad · 15 februari 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/goederenrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2019-223
Zaakgegevens
Op 15 februari 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over goederenrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 15 februari 2019
- Datum publicatie
- 14 februari 2019
- Zaaknummer
- 17/05020
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Goederenrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. D.Th.J van der Klei, mr. G.C. Nieuwland
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:223
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Goederenrecht. Geen mededeling van cessie gedaan aan schuldenaar. Wordt pandhouder beschermd tegen beschikkingsonbevoegdheid die voortvloeit uit leveringsgebrek? Art. 3:88 BW en art. 3:98 BW.
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 25 juli 2017
ECLI:NL:GHDHA:2017:2177Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 14 december 2018
ECLI:NL:PHR:2018:1502Hoge Raad · 15 februari 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:223
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
15 februari 2019
Eerste Kamer
17/05020
TT/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [eiseres 1] ,
gevestigd te [vestigingsplaats]
[vestigingsplaats] ,
2. [eiser 2] ,
wonende te [woonplaats]
[woonplaats] ,
3. [eiser 3] ,
wonende te [woonplaats]
[woonplaats] ,
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. D.Th.J. van der Klei,
t e g e n
MAJOTO HOLDING B.V.,
gevestigd te Borne,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. G.C. Nieuwland.
Eisers zullen hierna gezamenlijk worden aangeduid als [eisers] Verweerster zal hierna worden aangeduid als Majoto.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/09/504565/HA ZA 16-117 van de rechtbank Den Haag van 30 maart 2016 en 17 augustus 2016;
b. het arrest in de zaak 200.201.873/01 van het gerechtshof Den Haag van 25 juli 2017.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [eisers] beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Majoto heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping.
De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Majoto begroot op € 2672,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. du Perron en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 15 februari 2019.