Goederenrecht
Art. 81 lid 1 RO. Goederenrecht, erfdienstbaarheid van weg, verkrijging door bevrijdende verjaring, art. 5:72…
Hoge Raad, 25 september 2026
ECLI:NL:HR:2026:1542 · Hoge Raad · 25 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/goederenrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2026-1542
Zaakgegevens
Op 25 september 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over goederenrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 september 2026
- Datum publicatie
- 24 september 2026
- Zaaknummer
- 25/02818
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Goederenrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- J de Jong van Lier, A.H.M. van den Steenhoven
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2026:1542
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Goederenrecht, erfdienstbaarheid van weg, verkrijging door bevrijdende verjaring, art. 5:72 BW, art. 3:105 BW, bezit, art. 3:108 BW. Erfdienstbaarheid van goot, uitleg, aansluiting op pompput, art. 5:75 BW. Grievenstelsel, devolutieve werking, negatieve zijde.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 27 mei 2025
ECLI:NL:GHARL:2025:3246Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 19 juni 2026
ECLI:NL:PHR:2026:612Hoge Raad · 25 september 2026deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2026:1542
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 25/02818
Datum 25 september 2026
ARREST
In de zaak van
[eiseres] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
EISERES tot cassatie, verweerster in het incidentele cassatieberoep,
hierna: [eiseres] ,
advocaat: J. de Jong van Lier,
tegen
1. [verweerder 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
2. [verweerster 2] ,
wonende te [woonplaats] ,
gezamenlijk h.o.d.n. TOTAL SECURITY OOST ,
VERWEERDERS in cassatie, eisers in het incidentele cassatieberoep,
hierna: Total Security ,
advocaat: A.H.M. van den Steenhoven.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/08/289382 / HA ZA 22-430 van de rechtbank Overijssel van 24 mei 2023;
b. de arresten in de zaak 200.335.453 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 januari 2024 en 27 mei 2025.
[eiseres] heeft tegen het arrest van het hof van 27 mei 2025 beroep in cassatie ingesteld.
Total Security heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over een weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt in zowel het principaal cassatieberoep als het incidenteel cassatieberoep tot verwerping.
De advocaten van partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
in het principale beroep:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Total Security begroot op € 375,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan;
in het incidentele beroep:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Total Security in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiseres] begroot op € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, A.E.B. ter Heide en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.R. Salomons op 25 september 2026.