Goederenrecht
Art. 81 lid 1 RO. Goederenrecht; verkrijgende verjaring; houderschap; bezit; goede trouw. Vordering tot…
Hoge Raad, 7 februari 2025
ECLI:NL:HR:2025:189 · Hoge Raad · 7 februari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/goederenrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2025-189
Zaakgegevens
Op 7 februari 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over goederenrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 7 februari 2025
- Datum publicatie
- 6 februari 2025
- Zaaknummer
- 24/01705
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Goederenrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- T. van Tatenhove
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:189
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Goederenrecht; verkrijgende verjaring; houderschap; bezit; goede trouw. Vordering tot schadevergoeding bewoner woonwagen jegens gemeente wegens schade aan woonwagen; is bewoner eigenaar van woonwagen?
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 30 januari 2024
ECLI:NL:GHARL:2024:731Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 6 december 2024
ECLI:NL:PHR:2024:1319Hoge Raad · 7 februari 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:189
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/01705
Datum 7 februari 2025
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: T. van Tatenhove,
tegen
GEMEENTE DE RONDE VENEN,
zetelende te Mijdrecht,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de Gemeente,
niet verschenen.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak 7876291 UC EXPL 19-6773 van de rechtbank Midden-Nederland van 18 december 2019 en 27 oktober 2021;
b. de arresten in de zaak 200.302.789 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 juli 2022, 2 augustus 2022 en 30 januari 2024.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 30 januari 2024 beroep in cassatie ingesteld.
Tegen de Gemeente is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat en mede door H.A.A. Essebai.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 7 februari 2025.