Goederenrecht
Art. 81 lid 1 RO. Goederenrecht. Erfdienstbaarheid van weg. Zijn eigenaren van dienend erf gehouden tot…
Hoge Raad, 7 februari 2020
ECLI:NL:HR:2020:207 · Hoge Raad · 7 februari 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/goederenrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2020-207
Zaakgegevens
Op 7 februari 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over goederenrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 7 februari 2020
- Datum publicatie
- 6 februari 2020
- Zaaknummer
- 19/00262
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Goederenrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- D.Th.J. van der Klei
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2020:207
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Goederenrecht. Erfdienstbaarheid van weg. Zijn eigenaren van dienend erf gehouden tot verbreding van de weg? Uitleg notariële akte van levering.
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 11 april 2017
ECLI:NL:GHDHA:2017:908Gerechtshof Den Haag · 16 oktober 2018
ECLI:NL:GHDHA:2018:2701Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 29 november 2019
ECLI:NL:PHR:2019:1260Hoge Raad · 7 februari 2020deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2020:207
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 19/00262
Datum 7 februari 2020
ARREST
In de zaak van
[eiseres] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
hierna: [eiseres],
advocaat: D.Th.J. van der Klei,
tegen
1. [verweerder 1],
2. [verweerster 2],
beiden wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: [verweerders],
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
de vonnissen in de zaak C/09/510070/HA ZA 16-493 van de rechtbank Den Haag van 29 juni 2016 en 7 december 2016;
-
de arresten in de zaak 200.206.092/01 van het gerechtshof Den Haag van 11 april 2017 en 16 oktober 2018.
[eiseres] heeft tegen het arrest van het hof van 16 oktober 2018 beroep in cassatie ingesteld.
Tegen [verweerders] is verstek verleend.
De zaak is voor [eiseres] toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van de middelen
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.J. Kroeze en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 7 februari 2020.