Insolventierecht
Art. 81 lid 1 RO. Insolventierecht. Privéfaillissement. Schorsing behandeling faillissementsaanvraag teneinde…
Hoge Raad, 2 mei 2014
ECLI:NL:HR:2014:1058 · Hoge Raad · 2 mei 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/insolventierecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2014-1058
Zaakgegevens
Op 2 mei 2014 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 2 mei 2014
- Datum publicatie
- 1 mei 2014
- Zaaknummer
- 13/03220
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. B.T.M. van der Wiel.
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2014:1058
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Insolventierecht. Privéfaillissement. Schorsing behandeling faillissementsaanvraag teneinde eerst te beslissen omtrent toelating WSNP? Art. 3 Fw; art. 3a Fw; art. 15b Fw. Is rechtbank nalatig geweest in informeren omtrent de mogelijkheid tot aanvraag WSNP? Is verzoek tot toelating tijdig gedaan?
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 20 juni 2013
ECLI:NL:GHSHE:2013:CA3870Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 28 februari 2014
ECLI:NL:PHR:2014:106Hoge Raad · 2 mei 2014deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2014:1058
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
2 mei 2014
Eerste Kamer
nr. 13/03220
LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats], Zwitserland,
VERZOEKER tot cassatie,
advocaten: mr. H.H.M. Meijroos en mr. J. van Weerden,
t e g e n
ABN AMRO BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. B.T.M. van der Wiel.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en de Bank.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/01/260045/FT-RK 13.363 met faillissementsnummer 01/13/374F van de rechtbank Oost-Brabant van 16 april 2013;
b. het arrest in de zaak HV 200.125.876/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 20 juni 2013.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest en het aanvullend cassatierekest zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, alsmede door mr. A. van Loon, advocaat te Amsterdam, voor de Bank.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 14 maart 2014 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 2 mei 2014.