Insolventierecht

Art. 81 lid 1 RO. WSNP. Tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling. Verzwijging verduistering. Art. 350…

Hoge Raad, 27 juni 2014

Zaakgegevens

Op 27 juni 2014 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27 juni 2014
Datum publicatie
26 juni 2014
Zaaknummer
14/01824
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
mr. J. van Weerden.
ECLI
ECLI:NL:HR:2014:1547
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. WSNP. Tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling. Verzwijging verduistering. Art. 350 lid 3 onder f Fw.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 16 mei 2014

    ECLI:NL:PHR:2014:644
  2. Hoge Raad · 27 juni 2014deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2014:1547

    Conclusie gevolgd

  3. Uitspraak · 2014

    ECLI:NL:GHARL:2014:2561

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

27 juni 2014

Eerste Kamer

nr. 14/01824

LZ

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[verzoeker],
wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. J. van Weerden.

Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. het vonnis in de zaak C16/13/784 R van de rechtbank Midden-Nederland van 20 januari 2014;

b. het arrest in de zaak 200.140.861 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 31 maart 2014.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 26 mei 2014 op die conclusie gereageerd.

3 Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 27 juni 2014.