Insolventierecht

Art. 81 lid 1 RO. WSNP. Tussentijdse beëindiging. Grievenstelsel, “in beginsel strakke regel”. Laten ontstaan…

Hoge Raad, 26 september 2014

Zaakgegevens

Op 26 september 2014 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
26 september 2014
Datum publicatie
25 september 2014
Zaaknummer
14/02584
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
mr. P.J.Ph Dietz de Loos, mr. S.M. Kingma
ECLI
ECLI:NL:HR:2014:2819
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. WSNP. Tussentijdse beëindiging. Grievenstelsel, “in beginsel strakke regel”. Laten ontstaan van nieuwe bovenmatige schuld, art. 350 lid 3 onder d Fw. Feiten van algemene bekendheid en algemene ervaringsregels.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 11 juli 2014

    ECLI:NL:PHR:2014:1776
  2. Hoge Raad · 26 september 2014deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2014:2819

    Conclusie gevolgd

  3. Uitspraak · 2014

    ECLI:NL:GHARL:2014:3722

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

26 september 2014

Eerste Kamer

nr. 14/02584

TT/EE

Hoge Raad der Nedelanden

Arrest

in de zaak van:

[verzoekster],
wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos,

t e g e n

[de bewindvoerder], in haar hoedanigheid van bewindvoerder,

wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. S.M. Kingma.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoekster] en de bewindvoerder.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. het vonnis in de zaak C06/11/224R van de rechtbank Gelderland van 18 december 2013;

b. het arrest in de zaak 200.144.082 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 mei 2014.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De bewindvoerder heeft verzocht het beroep te verwerpen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping.

3 Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 26 september 2014.