Insolventierecht
Art. 81 lid 1 RO. Faillissement. Verzoek hypotheekhouder tot verlenging termijn als bedoeld in art. 58 lid 1…
Hoge Raad, 17 oktober 2014
ECLI:NL:HR:2014:2992 · Hoge Raad · 17 oktober 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/insolventierecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2014-2992
Zaakgegevens
Op 17 oktober 2014 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 17 oktober 2014
- Datum publicatie
- 16 oktober 2014
- Zaaknummer
- 14/02067
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. W.H. van Hemel
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2014:2992
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Faillissement. Verzoek hypotheekhouder tot verlenging termijn als bedoeld in art. 58 lid 1 Fw. E-mail curator houdende termijnstelling? Afwijzing verzoek door rechter-commissaris. Belang voortvarende afwikkeling boedel.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 5 september 2014
ECLI:NL:PHR:2014:1765Hoge Raad · 17 oktober 2014deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2014:2992
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
17 oktober 2014
Eerste Kamer
nr. 14/02067
LZ/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
COÖPERATIEVE RABOBANK SOEST BAARN EEMNES U.A.,
gevestigd te Soest,
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. W.H. van Hemel,
t e g e n
mr. J.V. MADURO, in haar hoedanigheid van curator in het faillissement van [A] B.V., [B] B.V. en [C] B.V.,
kantoorhoudende te Utrecht,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten : mr. J.W.H. van Wijk en mr. G.C. Nieuwland.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Rabobank en de curator.
1 Het geding in feitelijke instantie
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikkingen in de zaak C/16/13/799, 913 en 914 F van de rechter-commissaris te Utrecht van 22 januari 2014 en 6 februari 2014.
De beschikkingen van de rechter-commissaris zijn aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de beschikkingen heeft Rabobank beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De curator heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping.
De advocaat van Rabobank heeft bij brief van 19 september 2014 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Rabobank in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op € 387,07 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president E.J. Numann op 17 oktober 2014.