Insolventierecht
Art. 81 lid 1 RO. Faillissementsrecht. Misbruik van bevoegdheid schuldeisers door faillissement aan te vragen…
Hoge Raad, 17 oktober 2014
ECLI:NL:HR:2014:2993 · Hoge Raad · 17 oktober 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/insolventierecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2014-2993
Zaakgegevens
Op 17 oktober 2014 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 17 oktober 2014
- Datum publicatie
- 16 oktober 2014
- Zaaknummer
- 14/02955
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P.J.Ph. Dietz de Loos
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2014:2993
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Faillissementsrecht. Misbruik van bevoegdheid schuldeisers door faillissement aan te vragen zonder uitzicht op baten? Feitelijke grondslag.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 5 september 2014
ECLI:NL:PHR:2014:1766Hoge Raad · 17 oktober 2014deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2014:2993
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
17 oktober 2014
Eerste Kamer
nr. 14/02955
RM/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos,
t e g e n
1. [verweerster 1],
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. de vennootschap onder firma SDJ COMPUTERS,
gevestigd te Wateringen,
VERWEERSTERS in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en [verweerster] c.s.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/13/538589 FT RK 13/698 van de rechtbank Amsterdam van 15 april 2014;
b. het arrest in de zaak 200.146.848/01 van het gerechtshof Amsterdam van 3 juni 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerster] c.s. hebben geen verweerschrift ingediend.
De zaak is voor [verzoeker] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 18 september 2014 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president E.J. Numann op 17 oktober 2014.