Insolventierecht
Art. 81 lid 1 RO. Insolventierecht. Faillietverklaring. Summierlijk blijken van opeisbare vordering…
Hoge Raad, 5 december 2014
ECLI:NL:HR:2014:3518 · Hoge Raad · 5 december 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/insolventierecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2014-3518
Zaakgegevens
Op 5 december 2014 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 5 december 2014
- Datum publicatie
- 4 december 2014
- Zaaknummer
- 14/04008
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P.J.Ph. Dietz de Loos
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2014:3518
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Insolventierecht. Faillietverklaring. Summierlijk blijken van opeisbare vordering. Verwerping beroep op misbruik van recht; art. 3:13 BW.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 10 oktober 2014
ECLI:NL:PHR:2014:2245Hoge Raad · 5 december 2014deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2014:3518
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak · 2014
ECLI:NL:GHARL:2014:6559Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
5 december 2014
Eerste Kamer
nr. 14/04008
LH/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoeker] handelende onder de naam [A],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos,
t e g e n
3-IN-1 DIENSTVERLENING B.V.,
gevestigd te Mastenbroek,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en 3-in-1.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/16/366877 FT/RK 14/881 van de rechtbank Midden-Nederland van 27 mei 2014;
b. het arrest in de zaak 200.150.053/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 31 juli 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3-in-1 heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.B.M.M. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3 Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 5 december 2014.