Insolventierecht

Art. 81 lid 1 RO. WSNP. Tussentijdse beëindiging op de voet van art. 350 lid 3, onder c en e, Fw.

Hoge Raad, 19 december 2014

Zaakgegevens

Op 19 december 2014 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19 december 2014
Datum publicatie
18 december 2014
Zaaknummer
14/04667
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
ECLI
ECLI:NL:HR:2014:3664
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. WSNP. Tussentijdse beëindiging op de voet van art. 350 lid 3, onder c en e, Fw.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 31 oktober 2014

    ECLI:NL:PHR:2014:2112
  2. Hoge Raad · 19 december 2014deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2014:3664

    Conclusie gevolgd

  3. Uitspraak · 2014

    ECLI:NL:GHSHE:2014:3578

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

19 december 2014

Eerste Kamer

nr. 14/04667

EV/EE

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. [verzoeker 1],

2. [verzoekster 2],
beiden wonende te [woonplaats],

VERZOEKERS tot cassatie,

advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.

Verzoekers zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] c.s.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de vonnissen in de zaken met het insolventienummers R 12/43 en R 12/44 van de rechtbank Oost-Brabant van 16 mei 2014;

b. het arrest in de zaak 200.149.750/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 9 september 2014.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben [verzoeker] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [verzoeker] c.s. heeft bij brief van 13 november 2014 op die conclusie gereageerd.

3 Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. Drion en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 19 december 2014.