Insolventierecht
Art. 81 lid 1 RO. Faillissementsrecht. Goedkeuring rechter-commissaris van overeenkomst tussen curator en…
Hoge Raad, 26 juni 2015
ECLI:NL:HR:2015:1746 · Hoge Raad · 26 juni 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/insolventierecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2015-1746
Zaakgegevens
Op 26 juni 2015 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 26 juni 2015
- Datum publicatie
- 25 juni 2015
- Zaaknummer
- 15/00366
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J.W.H van Wijk, mr. R.J. van Galen
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2015:1746
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Faillissementsrecht. Goedkeuring rechter-commissaris van overeenkomst tussen curator en bank voor boedelkrediet. Maatstaf.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 1 mei 2015
ECLI:NL:PHR:2015:576Hoge Raad · 26 juni 2015deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2015:1746
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
26 juni 2015
Eerste Kamer
15/00366
LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
DE ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST /
MIDDEN- EN KLEINBEDRIJF,
gevestigd te Apeldoorn,
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. J.W.H. van Wijk,
t e g e n
mr. A.W. DE MAN, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van
LA PERLA INVESTMENTS B.V.,
kantoorhoudende te Amsterdam,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. R.J. van Galen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de Ontvanger en de curator.
1 Het geding in feitelijke instantie
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de volgende stukken:
a. de beslissing van de rechter-commissaris van 19 december 2014;
b. de beschikking in de zaak C/13/12/842 F van de rechtbank Amsterdam van 14 januari 2015;
De beschikking is aan deze beschikking gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de rechtbank heeft de Ontvanger beroep in cassatie ingesteld.
Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De curator heeft verzocht het beroep niet-ontvankelijk te verklaren, althans te verwerpen.
De Ontvanger heeft verzocht het beroep van de curator op niet-ontvankelijkheid en/of het ontbreken van belang te verwerpen en de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 14 januari 2015 te vernietigen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de Ontvanger in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op € 68,07 aan verschotten en
€ 1.800,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 26 juni 2015.